Overslaan naar inhoud

Voor 15:00 besteld, morgen in huis!

Quick Mill espressomachines: Welke past bij jouw koffieroutine?

Categories:
07/10/2011

Quick Mill maakt een heel gamma aan espressomachines. Begrijpelijk dat er soms wat hulp nodig is bij het kiezen van de juiste techniek voor uw koffieroutine. In onderstaand blog nemen we u graag mee langs de verschillende technieken en waar deze het beste bij aansluiten. Wilt u persoonlijk advies? U mag altijd bellen of langskomen in onze showroom in Utrecht.

Quick Mill met thermoblock

De Quick Mill's met thermoblock zijn misschien wel de bekendste espressomachines voor thuisgebruik. Onder deze catagorie scharen we de traditionele thermoblock machines zoals de 820, 835, 2820, 2835, 3000 en 3035. Ook de POP en 3035 PID Profilio hebben een thermoblock, maar zijn o.a. voorzien van een PID (temperatuur is in te stellen) en instelbare pompdruk. 

Het thermoblock staat bekend om zijn onverwoestbaarheid. Deze op het oog eenvoudige techniek kenmerkt zich vooral op een snelle opwarmtijd (5-10 minuten) en een lage mate van verkalking. In onderstaand filmpje leggen we de verschillen tussen de modelen uit en de werking van het thermoblock:

De Quick Mill machines met thermoblock zijn geschikt als je naar de volgende functionaliteiten op zoek bent:

- Snelle opwarmtijd (5 - 10 minuten)
- Weinig poespas en simpel in bediening
- Lange levensduur met eenvoudig onderhoud
- Compacte machines
- Optioneel met ingebouwde koffiemolen
- Professionele groepdiameter van 58mm

Minder geschikt voor:

- Vervente cappuccinodrinker. Het thermblock heeft een wat minder sterke stoomopbrengst dan een boiler en je moet na het espresso zettten doorverwarmen. (+/- 20 seconden).
- Thuisbarista die verschilllende parameters wil kunnen bijsturen. Behalve de 3035 PID Profilio en de POP kan je bij de traditionele thermoblockmachines bijvoorbeeld de temperatuur en pompdruk niet aanpasen. Ondanks de 58mm groep passen er geen E61 filters e.d. in de groep. Daarmee is de variatie in doseringen beperkter. 
- De ingebouwde koffiemolen is niet traploos instelbaar en de dosering is iets minder naukeurig dan bijvoorbeeld bij de losse molens van Eureka.

Quick Mill met een single boiler

De volgende stap na een thermoblock is een machine met een zogenaamde single boiler. Deze machines zijn voorzien van één boiler. Voorbeelden van deze techniek zijn de Pippa en de Pop UP (de Carola zou onder deze catagorie geschaard kunnen worden, maar heeft een E61 groep, iets grotere boiler en is niet voorzien van een stoompijp).

De machines met een single boiler zijn voorzien van een compacte messing boiler van 450 ml. Door het compacte formaat is de opwarmtijd beperkt (8-12 minuten). Doordat de massa van de groep en de boiler groter is dan bij een thermoblock heb je een grotere temperatuursconstante. Het grootste voordeel van de boiler t.o.v. het thermoblock is de stoomcapaciteit. Een boiler is in staat een veel groter stoomvolume te geven dan een thermoblock. De single boilers dienen na het zetten van de espresso wel doorwarmd te worden om zodoende stoom te kunnen genereren. 

Model Pippa is een traditionele boiler machine. Hierbij is de koffie temperatuur bijvoorbeeld niet aanpasbaar.  De Pop UP is een single boiler machines, die voorzien is van o.a. PID (temperatuur instelbaar), shottimer, pré infusie en standby functie. Bij beide machines is de pompdruk instelbaar. 

De Quick Mill machines met een single boiler zijn geschikt als je naar de volgende functionaliteiten op zoek bent:

- Snelle opwarmtijd (8 - 12 minuten).
- Flinke warmte capaciteit. De espresso wordt als iets heter ervaren dan bij een traditioneel thermoblock.
- Lange levensduur met eenvoudig in gebruik en onderhoud.
- Compacte machines met veel opties (Pop Up).
- Professionele groepdiameter van 58mm met E61 formaat filters. Hiermee is een ruime selectie aan filterbakjes mogelijk voor verschillende brandingen en doseringen. 

Minder geschikt voor:

- Fanatieke cappuccinodrinker / latte art. De boiler heeft een flinke stoomopbrengst, maar je moet na het          espresso zetten doorverwarmen (+/- 20 seconden) en de boiler daarna weer handmatig laten vullen. 
- Fantieke thuisbarista. Door het compacte formaat is de machine wat minder geschikt voor deze catagorie gebruikers. De Pop Up is wel een mooie tussenweg, door zijn vele functies en instelbare pre-infusie. Maar een machine met een E61 groep blijft een semi-automatische groep toch de baas, vanwege zijn mooiere drukopbouw. 
- Je hebt voor mooi gebruik van deze machines een koffiemolen van goede kwaliteit nodig (Eureka Mignon Specialita), waardoor het benodige budget wat hoger ligt. 

Quick Mill met een E61 groep

Het summum voor de thuisbarita is een espressomachine met een E61 groep. Deze zetgroep is een uitvinding uit 1961 van Faema, die tot op de dag van vandaag nog steeds de standaard is voor alle toonaangevende fabrikanten. De robuuste messing groep (4 kg!) zorgt voor een fantastische warmte stabiliteit, essentieel voor een goede espresso. Daarnaast zorgt de mechanische pré-infusie voor een prachtige drukopbouw tijdens het zetten van de espresso. Uitleg over de E61 groep en de zogenaamde warmtewisselaar in het filmpje hieronder:

Kies ik voor een warmtewisselaar of dual boiler? 

De Quick Mill machines Carola, Rubino Plus, Aquila en Elevate zijn voorzien van een E61 groep. Al deze machines zijn voorzien van een PID (instelbare temperatuur) en shottimer. Verschillen onderling zitten tussen de warmterbron (type boiler) en pomp (vibratie of rotatiepomp).

Van deze modellen zijn de Rubino Plus en de Aquila voorzien van een warmtewisselaar (HX). Het voordeel van de HX is dat je kan stomen en espresso zetten tegelijkertijd. Daarnaast heeft de flinke boiler (1,8lt) een flink stoomvermogen. De Elevate is een Dual boiler, hierbij is koffie temperatuur onafhankelijk van de stoomtemperatuur. 

Een van de afwegingen bij aanschaf van een E61 espressomachine is de keuze tussen een warmtewisselaar (HX) of dual boiler (db). Naar ons idee is een HX voor de meeste huishoudens meer dan voldoende, maar er zijn een aantal redenen om toch voor een db te kiezen:

1. Bij een HX bepaalt de stoomdruk ook de temperatuur van de zetgroep (druk =  temp). Bij gebruik van donkere brandingen wil je de temperatuur van de groep verlagen, hiermee kan de stoomdruk te laag voor een goede werking worden. Bij hele lage zettemperaturen kan de werking van de HX te ver terugvallen. Wil je voor lichtere brandingen juist de temperatuur wat hoger brengen dan zie je dat hij vaak te ver doorschiet. Bij een db kan je de stoomdruk en de temperatuur van de zetgroep onafhankelijk van elkaar veranderen. 
2. Bij een db komt de zetgroep sneller op temperatuur omdat de koffieboiler klein is en bij een HX begint het opwarmen van de zetgroep pas als de boiler geheel op temperatuur is. 
3. Bij een db kan je de stoomboiler ook uit zetten als je deze niet gebruikt, daardoor is er minder stroomverbruik. 
4. Wanneer je bij een HX theewater aftapt of heel veel stoomt daalt ook de temperatuur van de groep.
5. Machines met db zijn vaak completer uitgerust.

Een paar misverstanden over de verschillen tussen HX en db:
1. Zowel met een HX als een db kan je tegelijkertijd stomen als koffiezetten. Bij de HX hoef je niet na het zetten van de espresso de boiler door te laten verwarmen naar stoomtemperatuur (dat is wel het geval bij de single boiler van de Carola) Bij een HX zal de temperatuur wel dalen door het afnemen van druk, vooral theewater heeft een flinke impact, als je hiermee rekening houdt in het bereiden van de producten is dat geen praktisch bezwaar. 
2. De temperatuurstabiliteit bij een db of een HX (met pid) is gelijkwaardig. Het voordeel van de HX is dat het verwarmingsproces van de groep indirect is vanwege de thermische werking om de groep te verwarmen, dit dempt termperatuurfluctuaties in de boiler goed. De db regelt de temperatuur direct in de koffieboiler, db's moeten hierom uitgerust zijn met een pid.
3. De levensduur van beide systemen is vergelijkbaar (10 - 15 jaar). Het onderhoud van een db is daarentegen weer wat duurder. 

Gebruik je de machine met een gemiddelde branding, dan is een HX een prima techniek, ook voor de cappuccino liefhebber zal er geen enkel capaciteitsprobleem zijn. Wil je veel met typen brandingen wisselen en dus in temperaturen wisselen of bijvoorbeeld met latte art werken dan is een db de juiste keuze. 

Vibratiepomp of een rotatiepomp:

De Carola en de Rubino Plus zijn voorzien van een vibratiepomp, modellen Aquila en Elevate R zijn voorzien van rotatiepomp.  In dit filmpje leggen we u de verschillen uit tussen de 2 typen pompen: 

Doordat de rotatiepomp een mooie gelijkmatigere druk geeft zien we dat de body en de crema bij deze machines nog voller en mooier worden. Zeker in combinatie met een koffiemolen met 65mm schijven zoals de LX Edison is het resultaat prachtig. Ook kunnen de Aquila en de Elevate optioneel aan de waterleiding aangesloten worden. 

De Quick Mill machines met een E61 groep zijn geschikt als je naar de volgende functionaliteiten op zoek bent:

- Instant stoompower, bij HX en DB kan je tegelijkertijd espresso's maken en melk opschuimen
- Semi professionele espressomachine voor thuis. De gebruikte technieken maken deze machines eigenlijk een mini horecamachine. 
- Lange levensduur en degelijke bouwmaterialen
- Professionele groepdiameter van 58mm met E61 formaat filters, hiermee is een ruime selectie aan filterbakjes mogelijk voor verschillende brandingen en doseringen. 

Minder geschikt voor:
- Ongeduldige thuisbarista, de opwarmtijd ligt met zo'n 15- 20 minuten wat hoger (tip: slimme stekker!)
- Er is wat meer kennis nodig van het zetten van een goede espresso, is alles eenmaal ingesteld dan werkt het wel fijner dan bij de niet semi professionele machines
- Je hebt een koffiemolen nodig van dezelfde kwaliteit als de machine, dat maakt de aanschafwaarde wat hoger. 
- Het onderhoud is wat complexer en daardoor niet voor elke thuisbarista weggelegd om zelf uit te voeren. 
- Het formaat van de machine maakt dat de set wel wat meer ruimte inneemt op het aanrecht (we een plaatje in je keuken natuurlijk :) )